U bent hier:  Professional / Ventilatie / Uitvoerende installateur / Initiatieffase / Interactie ventilatiesysteem en systeemkeuze
19.1.2018 : 15:54 : +0100

Systeemkeuze en interactie met andere systemen

Selecteer een ventilatiesysteem dat voldoet aan de eisen en wensen van de opdrachtgever en dat past bij:

  • bouwkundige voorzieningen (passen kanalen in gekozen vloeren);
  • isolatiewaarde gevel (hoe beter de isolatiewaarde, > Rc 2,5  hoe groter de kans op tochtklachten bij natuurlijke toevoer);
  • afgiftesystemen (bij combinatie van vloer-, wand- of plafondverwarming kunnen snel comfortklachten optreden bij natuurlijke toevoer);
  • geluidsbelasting gevel;
  • gebouwhoogte;

 

De keuze voor een bepaald ventilatiesysteem is afhankelijk van verschillende aspecten:

  • voorkeuren van de toekomstige bewoners,
  • gewenste energiezuinigheid van de woning,
  • geluidshinder van buiten,
  • specifieke eisen met betrekking tot het voorkomen van tochtklachten,
  • de bouwkundige kwaliteit in relatie met het type afgiftesysteem.

De eerste vier aspecten dienen bepaald te worden aan de hand van eisen en wensen. Het laatste aspect vraagt om een afstemming van de keuze voor een ventilatiesysteem met andere bouwkundige en installatietechnische keuzes. Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit. In de ideale situatie kan de woning onder alle weersomstandigheden goed en comfortabel geventileerd worden zonder dat hierdoor een warmte- of koudevraag ontstaan. Met name in goed geïsoleerde woningen, die alleen bij lagere buitentemperaturen een warmtevraag hebben, is het ventilatiesysteem niet alleen bepalend voor de luchtkwaliteit in de woning, maar ook voor het comfortniveau en dat vervolgens weer consequenties hebben voor de luchtkwaliteit. Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit. In een matig geïsoleerde woning met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer van ventilatielucht zullen de radiatoren vaak genoeg warmte leveren om de warmteverliezen door de gevel te compenseren. De warme lucht stijgt op en vermengt zich met de koude ventilatielucht die via de roosters binnenkomt. De gemengde lucht circuleert door de ruimte. Is de woning wel goed geïsoleerd, dan hoeven de radiatoren minder warmte af te geven omdat de verliezen door de gevel kleiner zijn. Het gevolg daarvan is dat de koude buitenlucht, die via het rooster binnenkomt, minder (of niet meer mengt) met opstijgende warme lucht, maar koudeval langs de gevel veroorzaakt. Bewoners zullen daardoor tocht ervaren. Vaak wordt dit ‘probleem’ opgelost door de ventilatieroosters te sluiten. De ervaring leert dat de roosters pas weer opengaan als de luchtkwaliteit in de ruimte merkbaar slechter is geworden. Dan gaan de rooster open totdat men weer tochtklachten ervaart

 

Simulatie van ruimtetemperatuurverdeling bij natuurlijke toevoer en een radiator

Simulatie van ruimtetemperatuurverdeling bij natuurlijke toevoer en vloerverwarming (op een radiator die geen warmte afgeeft)

 

 Tochtklachten voorkomen

Tochtklachten, veroorzaakt door koudeval, ontstaan vaak wanneer vloerverwarming in combinatie met ongeregelde natuurlijke toevoer wordt toegepast. Koude lucht wordt via roosters boven de ramen toegevoerd en ‘valt’ op enige afstand van de gevel naar beneden, omdat een verwarmingsbron onder de toevoerroosters ontbreekt. De volgende oplossingsrichtingen zijn mogelijk om comfortproblemen zo veel mogelijk te voorkomen.

  • Toepassing van drukgeregelde toevoerroosters (uit ervaringen blijkt dat hoe constanter het drukverschil is, hoe minder tochtklachten zullen optreden).
  • Toevoerroosters dienen zo uitgevoerd te zijn dat de koude luchtstroom naar boven in de woonruimte wordt geleid. Daarnaast dienen ze een hoog inducerend vermogen te hebben, waardoor maximale menging van lucht zal ontstaan.
  • Toepassing van (natuurlijke) toevoerunits die ruimtelucht mengen met ventilatielucht kunnen het probleem waarschijnlijk ook (voor een groot gedeelte) oplossen.
  • Om tochtklachten (als gevolg van binnentredende koude buitenlucht) te voorkomen, heeft het inblazen van verwarmde ventilatielucht de voorkeur, zoals toepassing van gebalanceerde ventilatiesystemen  (mechanische toe- en afvoer van ventilatielucht) met warmteterugwinning.

 

Ook bij toepassing van een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning kunnen tochtklachten ontstaan als de inblaasventielen op minder logische plaatsen gepositioneerd worden. Er wordt namelijk wel voorverwarmde lucht ingeblazen, maar de temperatuur van de ingeblazen lucht is altijd wel circa anderhalve graad lager dan van de temperatuur in bijvoorbeeld de woonkamer (als gevolg van de niet volledige warmteterugwinning, omdat dat technisch niet mogelijk is, en het feit dat de afgezogen lucht ook afkomstig is uit ruimtes met een minder hoge temperatuur). Wanneer de inblaasventielen precies gepositioneerd worden boven de plaats waar in de woonkamer logischerwijs de eet- of zithoek komen te staan, dan is de kans aanwezig dat stilzittende bewoners een tochtstroom gaan ervaren. Hetzelfde geldt in slaapkamers als daar de inblaasventielen gepositioneerd worden op een plaats waar mogelijk het hoofdeinde van het bed komt te staan. De tochtklachten zullen verergeren als inblaasventielen geselecteerd worden die de lucht niet goed in de ruimte verdelen.

 

Overige onderwerpen uit de initiatieffase: 

1.3

GIW 2008 van toepassing?

1.4

Eisen wat betreft geluidsbelasting door installatiegeluid

1.5

Hogere ventilatiecapaciteit dan wettelijk voorgeschreven

Naar de ontwerpfase